Kinderen laten groeien

Vanaf het moment dat we een kind op de wereld zetten, willen we dit kind tegen alle kwaad beschermen, het zoveel mogelijk kansen geven, zorgen dat het een mooi leven kan hebben. Stiekem hopen we dat ons kind bijzondere kwaliteiten heeft om het in het leven te gaan maken. We prijzen het voor goede schoolprestaties, of sportieve exploten, we zorgen dat het niets te kort heeft en er goed uitziet zodat het door zijn of haar vriendjes (en hun ouders) aanvaard zal worden. Helaas projecteren we hierbij onze eigen wensen en verlangens op onze kinderen. Die verlangens komen soms voort uit onze eigen teleurstellingen uit het verleden. We voelen ons tekortschieten als het niet loopt zoals we gehoopt hadden en dragen daarbij de teleurstelling over op onze kinderen.


Dat is niet wat ze nodig hebben. Ik heb dat bij mijn eigen kinderen kunnen ondervinden. Door te willen dat mijn zoon het beter zou doen op school, maakten we dikwijls ruzie, kwamen er bij ons beiden gevoelens onmacht, schaamte en teleurstelling. Ik had onvoldoende oog voor wie hij werkelijk was. Door mijn dochter te prijzen voor de mooie sportprestaties, wakkerde ik onbewust de al aanwezige prestatiedrang aan en misschien ook de angst om te falen. Door mijn vooroordelen over hoe kinderen zich zouden moeten gedragen, had ik ook te weinig begrip voor hoe ze reageerde als de spanning of de drukte te groot werd.


Na bijna dertig jaar kan ik zeggen,

het mooiste geschenk dat je je kinderen kan geven is ze zichzelf te laten zijn en hun eigen mogelijkheden te laten ontdekken.

Wat we allemaal nodig hebben is te weten dat er iemand is die ons onvoorwaardelijk graag ziet, ons neemt zoals we zijn, wat er ook gebeurt. Onze kinderen zijn niet van ons. We hebben het voorrecht ze liefde te mogen geven, maar moeten ze niet opzadelen met onze verwachting, dromen of angsten. Wanneer we onszelf toelaten om te kijken, niet naar wat we willen zien, maar naar wat ons kind waarneemt, interesseert en beweegt, kunnen we beter in contact komen met wie ze werkelijk zijn.


We kunnen ze ook niet beschermen tegen alles wat kan mis lopen. Kinderen hebben het recht om te falen, om soms met de kop tegen de muur te lopen, om onprettige dingen te ervaren. Het is goed dat ze met tegenslagen leren omgaan. Dat vergroot hun veerkracht, nodig om te groeien. Als we ze de kleine pijn besparen, hoe kunnen ze zich dan voorbereiden op de grote pijn, iets waar we allemaal, vroeg of laat mee te maken krijgen.

Wat ze ook hier weer nodig hebben is dat er iemand is wanneer ze het nodig hebben. Niet om alles voor ze op te lossen, maar om ze graag te zien. Iemand waarbij ze steeds thuis kunnen komen, die er onvoorwaardelijk voor hen is en aandacht heeft voor wat hen bezig houdt. Iemand die vertrouwen heeft en daardoor vertrouwen geeft.