Onzekerheid ombuigen naar vertrouwen




Alle kinderen zijn wel eens angstig. Iedere leeftijd heeft zo zijn eigen angsten. Kleuters hebben soms angst van luide geluiden, onweer, donker, vreemde mensen en dieren, monsters. Je aanwezigheid en een troostend woord kunnen hier al veel doen.

Vanaf de lagere schoolleeftijd komt er echter een ander thema bij. De angst om beoordeeld te worden door anderen, er niet bij te horen, om niet aan verwachtingen te voldoen, faalangst. Deze is dikwijls moeilijker te peilen. Zelfs als volwassenen kunnen we bij onszelf dit soort angst en onzekerheid niet altijd goed opmerken en inschatten. Het is dan ook niet verwonderlijk dat dit bij kinderen ook niet helder is. We zien het meestal aan bepaalde signalen die ze uitzenden. Signalen die op angst kunnen wijzen zijn bijvoorbeeld dikwijls buikpijn of hoofdpijn hebben, slecht kunnen inslapen, moeilijk doen om naar school te vertrekken, situaties of sociaal contact vermijden.


Hoe ga je hiermee om als ouder? Wat zegt mindfulness hierover?


herkennen en erkennen

Omdat we met ons verstand weten dat het niet nodig is om angstig te zijn, hebben we al snel de neiging om te zeggen tegen ons kind dat het geen schrik moet hebben, dat alles in orde is. Maar dat is niet hoe emoties werken.

Emoties zijn boodschappers.

Ze sturen een boodschap vanuit ons lichaam om ons te vertellen dat er iets gebeurt wat er voor ons toe doet, wat belang heeft voor ons leven, iets waar we aandacht aan moeten geven. In het geval van angst is de boodschap dat er mogelijk gevaar is. In essentie zegt mindfulness: herkennen en erkennen, of met andere woorden, met nieuwsgierige aandacht onze ervaring onderzoeken en accepteren wat er is.

Belangrijk dus om aan je kind te laten weten dat je merkt dat het ergens mee zit, maar even belangrijk om die onzekerheid ook toe te laten. Weten dat dit geen zwakte of rariteit is, maar dat onzekerheid erbij hoort in het leven. Misschien kan je aangeven dat je zelf ook al eens twijfelt en onzeker bent. Wellicht kan je jezelf ook dingen uit je kindertijd herinneren waar je angstig bij was. Het kan geen kwaad om deze dingen met je kind te delen. Je hoeft naar je kinderen niet het beeld op te houden dat je perfect bent. Wat je kind wel moet weten is dat je er bent om te luisteren en dat je verbonden met elkaar bent.


Wat heeft angst nodig?

Bij angst hebben we allemaal behoefte aan het gevoel veilig en geborgen te zijn. Van daaruit kan zelfvertrouwen groeien. Het tegengestelde van onzekerheid is niet zekerheid, maar vertrouwen. Anders gezegd, de onzekerheid van je kind zal niet weggaan als jij al zijn/haar problemen kan oplossen, maar als het vertrouwen in zichzelf krijgt.

De volgende meditatie kan je makkelijk aanleren aan kinderen. Ze bestaat uit slechts 3 zinnen. Sluit je ogen en leg je handen op je hart.

  1. Ik voel dat ik schrik heb / onzeker ben.

  2. Dat is ok, het mag er zijn, iedereen heeft dat wel eens.

  3. Ik zal lief zijn voor mezelf (omarm jezelf daarbij).

Je kan ook aan de slag met de hulpbronnen van mimoki, b.v. de krachtgedachten. Ze leren je kind op te merken waar de sterke kanten liggen, wat het goed kan.

De meditaties Ik ben een berg en Ik ben een vogel uit het boek De hemel dat ben jij sluiten hierbij ook goed aan.


Geef je kind vooral de boodschap: je bent oké zoals je bent.


Van harte, Koen.